Hoe we faalangst bij kinderen kunnen voorkomen.
We willen allemaal dat onze kinderen voldoende zelfvertrouwen en zelfkennis ontwikkelen. Maar geven wij zelf het goede voorbeeld? Of leggen ook wij de lat onrealistisch hoog voor onszelf? Weten we zelf ons streven te beteugelen en te signaleren wanneer iets goed genoeg is?
Kinderen leren van rolmodellen
Daar waar vroeger (groot)ouders en juffen/meesters de belangrijkste rolmodellen waren waaraan een kind zich kon spiegelen, hebben kinderen nu via social media toegang tot een enorme diversiteit aan rolmodellen.
Wat wij zien en wat onze kinderen zien op social media is in de regel positief en niet noodzakelijk realistisch. Het is een momentopname, vaak bedoeld ter inspiratie, vermaak, overtuiging, geruststelling of informatie. Veelal laat het een wensbeeld zien. Soms lijkt het realistisch – er wordt bijvoorbeeld een tegenslag benoemd – maar omdat het nog steeds een momentopname is, is er geen ruimte om te laten zien of voor te leven hoe met deze tegenslag om te gaan. Dat is bij uitstek iets wat kinderen offline moeten leren door te ervaren en door van anderen te leren.
Net als onze kinderen, ervaren ook wij als volwassenen prestatiedruk vanuit onze diverse rollen. We streven ernaar een goede ouder te zijn, een betrouwbare medewerker, een lieve zus/broer, een actieve vriend(in) en een warme dochter/zoon. We moeten zo veel ballen in de lucht houden dat we soms onszelf vergeten of verliezen. En dat voorbeeld geven we door aan onze kinderen. We vergeten ze te leren hoe je voor jezelf zorgt. Hoe rust, ontspanning en het zetten van realistische doelen bijdraagt aan je welzijn. En dan verbazen we er soms over dat kinderen de lat zo hoog leggen voor zichzelf…
Wat kun je doen?
Als ouder:
- Complimenteer het proces, niet het resultaat: Vermijd zo veel mogelijk woorden, die een waardeoordeel impliceren, zoals goed, mooi, knap, etc. Beter kun eigenschappen of talenten van het kind benadrukken, zoals doorzetter, creatieveling, harde werker, aandachtige werker, nauwkeurige werker, uitvinder, etc.
- Leer kinderen hun eigen talenten kennen: Help ze ontdekken waar ze goed in zijn en waar ze hulp bij nodig hebben.
- Stel realistische doelen: Leer kinderen dat ‘goed genoeg’ soms genoeg is.
Als leerkracht:
- Juich vergissingen toe: Je leert alleen als iets niet meteen vanzelf gaat. Daarom zijn vergissingen zo waardevol. Iemand die geen vergissingen durft te maken, is dus eigenlijk bang om slimmer te worden. Prijs de poging en nodig bij een vergissing uit opnieuw te proberen. Geef vertrouwen door hoge verwachtingen te hebben van het leerproces van het kind. Resultaat is ondergeschikt aan het proces. Dus kijk naar elk individueel leerproces afzonderlijk en laat je niet afleiden door prestatienormen.
- Benoem vaardigheden en talenten: Complimenteer niet alleen het antwoord, maar ook hoe ze eraan zijn gekomen. En moedig kinderen aan van elkaars talenten gebruik te maken.
- Creëer een veilige leeromgeving: Waar kinderen zich durven uitspreken zonder bang te zijn voor het oordeel van anderen. Spreek andere kinderen er dus op aan als er neerbuigend gelachen wordt. Tegelijkertijd kun je zelfspot demonstreren, want lachen om elkaars missers, kan enorm verbindend werken.
Zelfkennis is de basis van zelfvertrouwen
Bewustwording van je talenten draagt bij aan zelfkennis, zelfvertrouwen en identiteitsvorming. Hoe eerder je leert waar je talenten en je ontwikkelpunten – en zelfs je des-interesses – liggen, hoe beter je in staat bent je talenten te benutten en hulp in te schakelen op punten waar je vastloopt. En we willen ten slotte niets liever dan dat de draagkracht en draaglast van onze kinderen in balans is, zodat ze met plezier en vertrouwen kunnen leren en zich kunnen ontwikkelen.